Zoek binnen de gids:

Geluid heeft invloed op en wordt beïnvloed door ecologische processen. Een geluidsomgeving verandert met de introductie van meer of juist minder groen, meer of minder water, meer of minder biodiversiteit. En omgekeerd trekken bepaalde geluiden – meer dan andere – vogels, insecten en andere dieren aan. Kortom, er bestaat een wederkerige relatie tussen geluid, flora en fauna (inclusief de mens).
Langdurige geluidsopnames kunnen daarbij goed weergeven of er een gezond ecosysteem is en of dit in de loop der tijd verandert. Dit heet akoestisch monitoren.
Het thema geluid en ecologie zal waarschijnlijk allereerst connotaties oproepen met natuurlijke geluiden, met name die van water en (zang)vogels. Vanzelfsprekend moeten natuurlijke geluiden onderdeel uitmaken van (dicht)bevolkte gebieden om deze zo leefbaarder te maken; dit is dus een opdracht voor elke stedenbouwkundige. Maar ecologie in bredere zin gaat over de wisselwerking tussen allerlei organismen onderling, als ook over hun relaties met hun niet-biologische omgeving. Het verbinden van geluid en ecologie betekent in dit verband het aandacht geven aan de relatie tussen levende wezens (mens, dier en plant) en hun geluidsomgeving, een geluidsomgeving waarvan zij zelf deel uitmaken en die ze mede vormgeven door hun hoorbare aanwezigheid.
Om dit thema niet te beperken tot natuurlijke geluiden alleen, maar tot alle geluiden die een levend wezen kunnen omringen, is het Eiland van Brienenoord in Rotterdam een goed voorbeeld van een gebied waarin een veelheid aan antropofone (voortgebracht door de mens of technologie), biofone (voortgebracht door niet-menselijke organismen) en geofone (voortgebracht door niet-biologische actoren) geluiden tegelijkertijd klinken.
Hier komen stad en natuur samen en dat vertaald zich ook in een diversiteit aan geluiden: klotsend water en diverse zangvogels maar ook industriële activiteiten; ruisende bomen, spelende kinderen en – meters boven je hoofd – het langsrazend verkeer op de A16; rietkragen, het zachte grazen van de Schotse hooglanders en de gesprekken van wandelaars; motoren van boten varend over de Maas, het gezoem van insecten in de zomer, het lachen van de mensen in hun volkstuinen, het gebrom van een vliegtuigje. Elke 10 of 20 meter – dichter bij het water, de bomen, de fabrieken of de speeltuin – kom je in een andere geluidsomgeving terecht; elke dag klinkt het Eiland van Brienenoord anders, afhankelijk van het seizoen, de weersomstandigheden of het tijdstip; en afhankelijk van persoonlijke omstandigheden ervaar je die geluidsomgeving ook steeds verschillend.
Om deze video te bekijken, gebruik de QR
Vergroening (gevel, geveltuin, boomtuintje): bomen en grotere struiken ruisen en ritselen door de wind en maskeren daardoor minder aangename geluiden; groen trekt vogels en insecten aan wat ook een auditief effect heeft; zicht op groen leidt tevens tot een positievere waardering van de auditieve omgeving.
Water, wadi’s, swales: (horizontaal) stromend water werkt rustgevend en maskeert geluiden die als minder aangenaam worden ervaren; wadi’s en swales laten de biodiversiteit toenemen en dragen daarom ook bij aan een meer heterogene en natuurlijke auditieve omgeving.
Autoluwe straten: straten met minder autoverkeer of minder hoorbaar verkeer (30 km zones en/of stille klinkers) maken bijvoorbeeld menselijk stemgeluid of vogelgezang beter hoorbaar.
Zachte materialen: harde materialen als glas, beton en steen doen geluiden weerkaatsen; zachte materialen (halfverharde paden, hout) absorberen geluid waardoor bijvoorbeeld sociale interactie beter mogelijk wordt.
Hieronder staat een spectrogram van een geluidsopname van 28,5, uur gemaakt aan de noordzijde van het Eiland van Brienenoord op 12 en 13 september 2025. Op beide dagen was het tamelijk regenachtig.
De zeven cirkels bovenin de figuur geven een indicatie hoe de geluidsomgeving beleefd
kan worden in termen van kalm, levendig, chaotisch of saai.
Het cochleogram in het midden laat de ontwikkeling zien van de geluidsomgeving en dat
deze bestaat uit diverse lagen (o.a. gekabbel van water, buien, regen, muziek en
menselijke activiteiten zoals gepraat) die zich op verschillende manieren tot elkaar
verhouden.
Het onderste deel is een weergave van de bijdragen van de diverse lagen: een uurachtergrond (onder), een minuutachtergrond (midden) en een secondeachtergrond
(boven). Deze lagen geven het wisselende karakter van de geluidsomgeving weer.
Bron van deze tekst: